Ethnisch profileren in de Amsterdamse Raad

Etnisch profileren is ‘het gebruik door politie van criteria of overwegingen omtrent ras, huidskleur, etniciteit, nationaliteit, taal en religie bij opsporing en rechtshandhaving, zowel op operationeel als organisatorisch niveau, terwijl daarvoor geen objectieve rechtvaardiging bestaat’. (Amnesty International)

We doen nogal wat aan het bestrijden van etnisch profileren bij de politie: bodycams, implicit bias training, spotterstraining, procedurele rechtvaardigheidscontrole, stopformulieren, biculturele politieagenten, publieks/buurt enquetes, reflectie op de politiecultuur, etc.

De conclusie uit het grote literatuuronderzoek naar al deze interventies (Tegengaan van etnisch profileren, Twynstra Gudde, 2018 ) is: 

  1. We weten nagenoeg niets over het effect van deze interventies noch over de aard en omvang van etnisch profileren. Ja, als een lokaal of landelijk politicus ook maar iets verstand heeft van wetenschappelijk onderzoek (statistische methoden en technieken, signaal detectie theorie, ed.) dan zal hij zich niet door het politiek correcte geroep van zijn stemmers laten leiden maar afgaan op de best beschikbare kennis uit onderzoeksresultaten. En die kennis ontbreekt geheel.
  2. Er is meer onderzoek nodig. Ja, dat is een open deur als je niets weet. 
  3. We moeten lering trekken uit elk onderzoek. Ja, waar is het anders voor?

Die discussie in de Amsterdamse Gemeenteraad mbt. etnisch profileren is dus een non-discussie waar non-maatregelen in het politiebeleid uit gaan rollen voor politieagenten die hun best gaan doen om weg te kijken. 

Je zou willen dat wetenschappers eens wat meer een grote mond zouden opentrekken tegenover politici met een grote mond.

Stiglitz: hoe nu verder?

Zelfs de NRC is nu van mening dat de huidige vorm van het neoliberale kapitalisme geen toekomst meer heeft. De vraag is echter: hoe moet het dan verder?

In the Guardian beschrijft nobelprijswinnend econoom Stiglitz welke stappen nodig zijn om de economische wereld in de toekomst anders te organiseren.

https://www.theguardian.com/business/2019/may/30/neoliberalism-must-be-pronouced-dead-and-buried-where-next

Intimiderend of dienend leiderschap

Ze zijn vaak moeilijk uit elkaar te houden. Bully-leiders afficheren zich graag als dienende-leiders. En dienende-leiders krijgen niet zelden het verwijt bully’s te zijn. Een moreel-leider en een koopman-leider zijn soms moeilijk te onderscheiden. Hoe krijg je enig zicht op wat voor vlees je in de kuip hebt? Ik weet het ook niet maar ik moet dan wel altijd denken aan Frans de Waal, primatoloog. 

Bij de mensapen, chimpansees, is een goed leider iemand die lang in die positie zit, of beter gezegd die lang in die positie gehouden wordt, die een langere geschiedenis heeft als leider.  Een bully-leider heeft zelden of nooit zo’n leiderschapsgeschiedenis.

Een goede alpha-aap heeft goeie mannelijke en vrouwelijke coalities, en is ook voortdurend bezig die te vormen en te onderhouden. Een bully-leider doet dat niet en wordt zelf zo mogelijk door anticoalitie’s vermoord of uitgestoten. 

Een goede alpha gaat onderlinge ruzie’s in de tent tegen, vaak werpt hij zich tussen hen, op een onpartijdige manier. Het stresslevel in de groep is laag, alleen hoog bij de alpha zelf en bij de allerlaagsten in de rangorde.  Een bully slaat er onmiddellijk op, het stresslevel in de hele groep is hoog.

De goede alpha troost en vlooit ook de lageren in de rangorde, en neemt soms de zorg voor de kinderen even op zich. De bully doet dat niet, men is bang en sterk onderdanig aan hem.

Als de goede leider zijn alpha positie verliest aan krachtige jongere uitdagers dan wordt hij niet uitgestoten maar komt hij lager in de rangorde terecht, morrend maar accepterend, en de rust keert weer. De bully -leider wordt tenslotte met veel geweld van de troon gestoten, uitgestoten en zal alleen gehavend verder moeten. 

Zeg nou niet, ja dat gaat zo bij de apen, bij ons is dat allemaal veel ingewikkelder.

Natuurlijk bestaat de vrije wil!

De ‘vrije wil’ is een dubbelzinnig begrip. We bedoelen meestal dat ieder mens van moment tot moment zijn eigen beslissingen neemt. Dat sluit aan bij het gevoel van ieder individu als deze in vrijheid iets kan beslissen.

Op grond van natuurkundige wetten is die vrije keuze natuurlijk gedetermineerd door een groot aantal aan elkaar verbonden psychologische factoren in reeksen van oorzaken en gevolgen. Daarom stellen hersenwetenschappers als Lamme en Schwaab dat de vrije wil niet bestaat.

Toch kun je, zoals Carlo Rovelli, wereldberoemd natuurkundige, doet stellen dat die reeks van split second micro gebeurtenissen in het menselijk brein veel te complex zijn om ooit te voorspellen: “As clarified by Spinoza, free will is real: it is the name we give to our own inner complexity, which is too rich for us to disentangle or predict! Zelfs wetenschappers zal dit nooit lukken.