Weekje Filosofie (3): notities en citaten over kapitalisme en Democratie

  • Overal waar een bepaalde klasse de macht heeft, komt een groot deel van de moraal van het land voort uit de belangen van die klasse, en uit haar gevoelens van klasse superioriteit (John Stuart Mill).
  • Behoud van bezit en macht wint het in deze neoliberale tijd nu dagelijks van welk ander belang dan ook.
  • Drijfveer managers bedrijven: managers moeten aandeelhouders tevreden stellen. Als dat lukt kunnen zij zelf vrijelijk hun gang gaan. En dat doen ze dan ook.
  • Rationele wetenschap, deskundigheid en technologie ondersteunen meestal de economisch machtigen.
  • Machtsuitoefening lukt vooral als je (baas van) de verteller bent van verhalen waaruit vele  gevaren blijken voor de toehoorders op korte termijn, net als bij sprookjes.
  • Democratie is een middel om moreel corrupte weinigen gekozen te laten worden door incompetente velen (Bernard Shaw).
  • De democratische publieke ruimte is een slagveld geworden. Te veel rat-achtigen bevechten elkaar met hun eigen individuele agenda’s (meestal met als doel om elkaar op te vreten).
  • De democratische samenleving ontmenselijkt. Menselijke beslissingen worden nu genomen volgens protocol, automatische procedures of algoritmen.
  • Nietzsche: feiten bestaan niet, er bestaan alleen interpretaties van feiten, dus toekenning van betekenis aan die feiten. Die publieke interpretatie wordt meestal door belangen van economische machthebbers gestuurd.
  • De mens heeft de mogelijkheid boven zichzelf en zijn beperkingen uit te stijgen en een übermensch te worden: uit te stijgen boven alleen maar menselijk kuddedier te zijn. (Nietzsche). Dat is al die machtige miljardairs gelukt via monopolistische roofpartijen, het beheersen van de media en het chanteren van nationale regeringen.
  • Nieuwe economische warlords als Bezos en Musk besteden hun miljarden niet aan huizen in London, of privé-eilanden, maar vooral aan hun eigen hobby’s als ruimtevaart (kolonies op Mars?) of bitcoins.
  • De Nederlandse pensioen walvis zwemt al 60 jaar door de maatschappelijke zee. Het vet weegt inmiddels meer dan 1.5 triljard euro. Politici twijfelen aan zijn overleving over vijftig jaar. Ondertussen rukken zwermen haaien (bedrijven, bestuurders en beleggers) jaarlijks, al meer dan 30 jaar, grote stukken vet van het stilletjes doorploegende beest.
  • Bij de VVD, waar men de burger vertrouwt zoals zichzelf, is men geobsedeerd door fraude. Niet door grote maar door kleine fraude. Niet door witwassen of zwartsparen, of gesjoemel met onroerend goed, maar door krabbelaars met een uitkering of recht op toeslagen. Het liberale wereldbeeld van zelfzuchtige berekening geprojecteerd op de machtelozen, voor wie geen inkeerregeling bestaat. Conservatisme, zei de Amerikaanse politicoloog Frank Withoil, is gebaseerd op in-groepen die worden beschermd door de wet maar er niet aan worden gehouden, en uit-groepen die aan de wet worden gehouden maar er niet door worden beschermd. (Tommy Wieringa/NRC))
  • Democratie is terug gebracht tot de macht van het getal (vooral uitgedrukt in geld).
  • Progressief Nederland verliest door zijn obsessie met culturele identiteiten uit het oog waar het zich werkelijk druk om zou moeten maken: de economische machtsverhoudingen en het teloor gaan van de menselijke leefomgeving
  • Blijkens de berichten van de ‘klimaattafels’ is het voor de regering eenvoudiger om miljoenen burger financieel en met extra werk te belasten dan vervuilende bedrijven.
  • Het kapitalisme zal uiteindelijk ten ondergaan aan een overdosis van zichzelf  zo stelde de filosoof Streeck. Behalve de kapitalisten zelf: die hebben hun bunkers in Nieuw-Zeeland al gereed gemaakt.

Weekje Filosofie (2):notities en citaten

  • De mens is allereerst een wezen dat geen genoegen neemt met het leven zoals dat gegeven is. Mensen zijn voortdurend bezig hun leven te veranderen. (Sloterdijk)
  • De burger is individu geworden, nog slechts verbonden in eigen (virtuele) netwerken, en breeduit concurrerend in de publieke ruimte.
  • Onderdeel van de heersend tijdgeest: het Individu heeft een door overmatig egocentrische belangen gestuurde subjectieve visie van de wereld. Maar die visie berust vaak op pure domheid.
  • Vanuit een inmiddels extreem subjectief perspectief kijkt ieder van ons naar een wereld die ons suggereerde dat ieders leven succesvol te beheersen was, als je je maar voldoende inspande. Inmiddels weten we beter.
  • De Verlichting: met wetenschappelijke kennis kun je de wereld beheersen. Het resultaat: met kennis en kapitaal kun je gerichter dan ooit letterlijk berekenend ten koste van anderen en de natuur je hebzucht en machtsdrang volgen.
  • Gramsci, de oprichter van de Italiaanse communistische partij zei het ooit fraai: ‘We moeten optimisme hebben van de geest, maar pessimisme van het intellect’. Dat lijkt nog steeds een bruikbaar devies.
  • De identiteitsdiscussie is eigenlijk een beetje merkwaardig. De nadruk ligt in de discussies vooral op wat iemand biologisch is, alsof het diersoorten betreft. Weinig andere identiteiten komen aan bod: vriendin van Bob, liefhebber van pop, tennister, bierbrouwer, Zwollenaar, journaliste etc. Of zouden die luide stemmen op sociale media geen andere identiteiten hebben?
  • Ridderlijkheid, bagage dragen, de deur openhouden – het heet nu ‘welwillend seksisme’. Voorrang geven en galant gebruikmaken van grotere mannelijke lichaamskracht is volgens psychologisch onderzoek verbonden met het op een voetstuk plaatsen van de vrouw – en dus seksistisch. Ooit heette mannelijke risicobereidheid: onverschrokkenheid, maar volgens de laatste richtlijnen van de Amerikaanse Vereniging van Psychologen behoort dit tot de verderfelijke ‘traditionele mannelijke ideologie’, ook wel aangeduid als ‘giftige mannelijkheid’. (Maarten Huygen/NRC)
  • De Amerikaanse socioloog Kimmel gebruikt de term ‘aggrieved entitlement’: voor relationeel, maatschappelijk of cultureel terzijde geschoven witte jongens en mannen uit de lagere inkomens- en sociale klassen. Ze zijn gefrustreerd omdat ze iets niet krijgen waarvan ze voelen dat het ze rechtmatig toekomt. Ze willen hun verloren terrein (vaak met geweld) terugveroveren. Hype ideologen als Jordan Peterson steunen deze ‘slachtoffers van vrouwen en multiculturalisme’. Kimmel is echter van mening dat de geestelijke problemen van deze mannen vooral veroorzaakt worden omdat ze geen zinvolle plek in de maatschappij meer kunnen vinden.
  • Opgehitst door de oorverdovende maatschappelijke herrie om hen heen, plegen lonewolfs, agressieve jongeren en psychisch gestoorden individuele aanslagen op medemensen met auto’s, messen,  ijzerneusschoenen, knuppels, vuurwerk, en ontploffend gasbommen in hun woningen.
  • In een cultuur die autonomie promoot wordt het individu geacht zichzelf te vormen en te vervolmaken – wat onherroepelijk mislukt. Dat mislukken kan gemakkelijk leiden tot het gevoel te falen. En dat gevoel te falen tot depressie. (Februari/NRC)
  • De toekomst is onzeker. Zelf zou ik vroeger hebben gedacht dat dat het grote voordeel is van de toekomst, maar ik begrijp nu ook wel dat het een nadeel is. Vooral als die toekomst je eigen verantwoordelijkheid wordt en je wordt geacht haar vorm te geven. (Februari/Ehrenberg-NRC)
  • De moderne depressie is een gevolg van de toekomst. Door de druk om zichzelf morgen weer opnieuw uit te moeten vinden, verkeert het soevereine individu in een voortdurende staat van oorlog met zichzelf. Soms implodeert die zelffabriek. Dan lukt het niet meer om een nieuw zelf te maken voor de nieuwe tijd. (Februari/de Lange-NRC)

Weekje Filosofie (1) : citaten en notities

  • Er is geen universele geschiedenis die van de wilde naar de humaniteit leidt, er is er wel een die leidt van de steenslinger naar de atoombom. (Adorno)
  • Mandela: een mens is een mens door andere mensen.
  • Zijn innerlijke kan een mens niet kennen. De mens kent zichzelf slechts ‘in de wereld’ met andere mensen. (Merleau Ponty)
  • Onze maatschappij fragmenteert (atomiseert) omdat de leden het steeds moeilijker vinden om zich sociaal als gemeenschap te identificeren. (Charles Taylor)
  • Laat theorieën sterven in plaats van mensen. (Karl Popper)
  • Onbeperkte tolerantie zal leiden tot het verdwijnen van tolerantie. (Karl Popper)
  • We zullen onszelf nooit veilig voelen, wat we ook doen. We moeten leren onzekerheid te verdragen. (Erich Fromm)
  • De toeslagaffaire. Het is gemakkelijk je verantwoordelijkheid te negeren als je denkt alleen maar een radertje in het geheel te zijn. (Milgram)
  • Pas als je je eigen feilen openlijk bespreekt, leer je er wat van. (Montaigne)
  • Als je jezelf veroordeelt wordt je altijd geloofd, als je jezelf prijst nooit! (Montaigne)
  • De ijdele gedachte de wereld te willen begrijpen, de ijdele verbeelding de wereld te kunnen begrijpen, de hoogmoedige inbeelding de wereld te begrijpen, de kinderlijk  hebzuchtige wens de wereld te bezitten, de narcistische gekte de wereld je macht op te willen leggen (naar Kierkegaard).
  • Met alle huidige hang naar roem en media-aandacht is het wrang om vast te stellen dat met name in de Westerse wereld 99,999% van de individuen 5 jaar na hun dood grotendeels vergeten zijn, behalve in de kleine familiekring. De doden zijn tegenwoordig, behalve voor nabestaanden, irrelevant in het dagelijks leven van mensen. Een minuscuul percentage: politici, schrijvers e.d. haalt wellicht tegenwoordig nog de 20 jaar. Enkelingen de 100, maar niet altijd omdat het zulke goede mensen waren.
  • Een menselijk leven is slechts een tijdvak tussen nog niet-zijn en kosmische vergetelheid. De honderdduizenden Coronadoden van 2020 verdwenen in die vergetelheid, veelal zonder afscheid en zonder herdenking tijdens hun begrafenis. Hun dood hooguit een rouwadvertentie opgeplakt op muren of gepubliceerd in een lokale krant.

Over onafhankelijke, onpartijdige en kritische journalistiek (2)

De journalist wordt van boven getrapt, van onder geschopt en van binnenuit gepushed. Hij is niet vrij maar moet werken binnen de parameters van zijn vak. Die parameters bestaan gedeeltelijk uit een journalistieke gedragscode waarmee hij getoetst kan worden door de Raad van de Journalistiek. De R.v.J. bestaat echter voor de helft uit journalisten en kan geen beroepssancties opleggen. De slager keurt zijn eigen vlees. Bovendien, niet alle dagbladen hebben zich aangesloten bij de procedures van de R.v.J. (b.v. het Parool).

De andere parameters bestaan uit ongeschreven regels die ook maken dat de rol van journalist als ‘onafhankelijk, onpartijdig, kritische weergever van de realiteit’ een mythe is:  

  1. Bijt niet de hand die je voedt.

Mediaorganisaties zijn bedrijven. Bedrijven hebben een hiërarchische organisatie: journalisten, redacteuren en een hoofdredacteur. De journalist schrijft, de redacteur bepaalt of het goed genoeg is. De redacteur kan opdracht geven over een bepaald item te schrijven en niet over een ander. De hoofdredacteur heeft de eindbeslissing. Je bent niet vrij te schrijven wat je wilt, je gaat door filters (1). Politieke, commerciële en smaakgekleurde redactionele filters. Er zijn links en rechts gekleurde filters. Hot news is commercieel altijd beter dan slow news. Het aantal clickbaits bepaalt mee wat de waarde van een journalistiek artikel c.q. onderwerp is. Soms ook hoeveel de journalist betaald krijgt voor zijn artikel. Teveel spanningen binnen een journalistiek team over het wel of niet plaatsen van een artikel, en te veel kritiek op elkaar en vooral op de redactiebaas (laat staan de vuile was buiten hangen), het zal onvermijdelijk leiden tot canceling en uiteindelijk tot ontslag (nemen). Er is ongetwijfeld veel journalistieke vrijheid binnen een team, maar er zijn ongeschreven filters en grenzen aan de zogenaamde ‘onafhankelijke journalistiek’.

  • Vergeet nooit wie je broodheer is.

Grote mediabedrijven zijn vaak financiële clusters van kleinere bedrijven die afhankelijk zijn van mediatycoons en investeerders maar allereerst van adverteerders. Redacteuren en journalisten kijken wel uit om publiekelijk al te kritisch op hen te zijn. De mediatycoons zitten aan tafel bij politici van wie ze feed voor en feedback op hun beleid krijgen. En de investeerders en adverteerders kunnen dreigen zich terug te trekken. De abonnementslezers ook, alhoewel, zij hebben geen directe invloed op het nieuwsbeleid. Tv-kijkers veel meer, via dalende kijkcijfers. 

  • Hou je vrienden dichtbij en je vijanden nog dichter.

Als een waakhondjournalist een nieuwsfeit ‘van boven’ haalt, bij de politici, de machtige CEO’s, bestuurders, grote investeerders, etc., dan krijgt hij natuurlijk alleen toegang als hij een vriendelijke werkrelatie met hen onderhoudt. Een kritisch interview mag, maar niet te kritisch, anders is het eens en nooit weer, exit. De ’bazen van boven’ weten natuurlijk ook wel dat waakhond-journalisten een dubbele agenda hebben, net zo als zijzelf ook niet het achterste van hun tong laten zien. Het is een spel van vertrouwen en wantrouwen maar het netto-effect op de journalist is vriendelijke terughoudendheid ten behoeve van toegankelijkheid. Vooral kritische buitenlandse correspondenten en reportagemakers die nog eens terug willen keren naar een niet al te democratisch land moeten pappen en nathouden.

  • Jij kiest niet altijd het nieuws, het nieuws kiest jou ook.

Dit punt ligt in het verlengde van het vorige punt. Als een politicus of bestuurder etc. de krant belt weet je dat het om eigenbelang of propaganda gaat. Als een nieuwsbron belt die een ongemakkelijk feit heeft te vertellen waarbij hijzelf betrokken is, zal hij altijd geneigd zijn een vriendelijke waakhond uit te kiezen voor een interview, niet een bijter. Zo kan het nieuws gemasseerd worden. Als een tipgever ook nog geheimhouding eist dan wordt ‘het schandaal’ gedempt en vertraagd. Lopende een diepgaand journalistiek onderzoek botst de journalist niet zelden op tegen ernstige fysieke bedreiging, of advocaten van de tegenpartij, wat hem of zijn redactie kan doen besluiten met het ‘dure onderzoek’ te stoppen.

  • Goed is wat de kudde samenhoudt, slecht is wat haar ontbindt (Nietzsche).

De mainstream media hebben geen enkel belang bij polarisering en verdeeldheid van het volk, want dat kost lezersabonnementen en advertentie-inkomsten. De mainstream media zullen om die reden het contact met de ‘mainstream massa’ niet willen verliezen, want het lezersvolk vormt zijn inkomen, niet de elite. De ‘amateur journalisten’ en ‘YouTube tv-zenders’ op de social media hebben dat polarisatiebelang wel. Zij kunnen zich een feitenvrije journalistiek permitteren. Het verdacht maken van de reguliere media is een propagandastrategie die er toe heeft geleid dat vak-journalisten over hun schouder zijn gaan kijken, de stickers van hun auto’s halen, beveiligers meenemen en hun dure  camera’s op afstand van de mob houden. De zelfcensuur van de individuele journalist kan hij voor zichzelf houden, maar op de redactievergadering is het een doorlopend onderwerp van gesprek.

  • Je kan alleen liegen als je de feiten kent (M.Heidegger).

Maar soms besluit de journalist toch dat het beter is de feiten niet (volledig) te kennnen, dan kun je toch nog een verhaal verkopen. Dat gebeurt als journalisten niet factchecken, niet minstens twee betrouwbare bronnen gebruiken, geen hoor en wederhoor toepassen. Halve waarheden opschrijven is ook een vorm van liegen. Valse analogieën gebruiken, uitspraken en videobeelden uit hun context halen, overdrachtelijke uitdrukkingen, hyperbolen of framing gebruiken, het hoort er allemaal bij (zie de uitspraken van de R.v.J.). Want waar rook is moet wel vuur zijn, zo redeneert men kennelijk. Nee Heidegger, je kan ook liegen juist als je de feiten niet kent.

Het voordeel van de mediacrisis is dat binnenshuis en buitenshuis een zelfkritische mediadiscussie op gang is gekomen. Dat heeft geleid tot allerlei initiatieven en suggesties om de ‘vrije nieuwsgaring’ te verbeteren. In willekeurige volgorde: geef elk(e) dagblad/omroep/zender een ombudsman; gebruik regelmatig lezer/luisteraar/kijker- enquêtes; organiseer platforms of loketten voor kritische mediagebruikers en publiceer daarover; organiseer podcasts waarin gezaghebbende politici, wetenschappers, technologen, economen etc. met elkaar debatteren; plaats geen triviaal nieuws; plaats bij elk artikel een bronvermelding; gebruik algoritmes voor het opsporen van drogredeneringen in artikelen; redacteuren: maak de diversiteit van het nieuws evenwichtiger; evalueer regelmatig het functioneren van redacteuren; zorg voor meer funding voor degelijke onderzoeksjournalistiek; zoek naar advertentievrije funding (2).

Tenslotte. Journalistiek is een product van zijn tijd. Net zoals filosofie, wetenschap en kunst. De tijd is voorbij om de mythe in stand te houden dat journalistiek objectief, onafhankelijk en onpartijdig is. Die vlag hoog willen houden heeft eerder een paradoxaal effect op de nieuwszoeker en de inmiddels armlastige ‘kwaliteitsmedia’. Er zal een next level journalistiek moeten worden uitgevonden om niet te verzuipen in het huidige mediamoeras. Dat is hard nodig want een democratie kan niet bestaan zonder een vrije pers die de burger een oriëntatie op de wereld geeft. Hoe die next level journalistiek er uit moet gaan zien weten we niet, maar het begint in ieder geval met een grondige zelfreflectie en een hulpvaardige kritiek van buitenstaanders. Één ding weten we wel: journalistiek zal altijd en in de eerste plaats de Grote Factfinder en Factchecker moeten zijn. 

(1) ‘Manifacturing Consent’; N.Chomsky & E. Herman, 1988. De lijn van Chomsky’s vijf filters is in het bovenstaande enigszins aangehouden.

(2) In Nederland heeft de digitale krant ‘de Correspondent’ (70.000 leden) veel van deze initiatieven verwerkt.

Over onafhankelijke, onpartijdige en kritische journalistiek (1)

De journalistiek heeft het de laatste jaren zwaar. Van boven getrapt, van onder geschopt en van binnenuit gepushed. Het publieksvertrouwen in de Nederlandse journalistiek zou het hoogste van Europa zijn (1). Dat is mooi, maar toch, met die prijs kan je twee kanten op. Die beoordeling kan betekenen dat het publiek vertrouwen heeft, maar ook dat het publiek misschien te goedgelovig is.

Net zoals wantrouwen kan betekenen dat men wantrouwt maar ook dat men wellicht overmatig kritisch is. Terecht of misplaatst vertrouwen of wantrouwen, je kan er niet zoveel mee, daarvoor zijn de begrippen vertrouwen/wantrouwen te complex en te gelaagd en te tijds- en onderwerp gebonden. Als psycholoog die 37 jaar dagelijks met cliënten werkte ben je wel een beetje met dat fenomeen bekend.

De crisis in de journalistiek wordt omschreven als ‘vertrouwenscrisis, gezagscrisis, legitimiteitscrisis, objectiviteitscrisis’ wat m.i. in de kern betekent dat de crisis draait om wat een feit eigenlijk wel of niet is. Journalistiek draait om het weergeven van de feiten, hoe men die kan duiden en in een context plaatsen. Een simpel voorbeeld geeft Bas Heijne (2): ‘je kunt een banaan beschrijven (geel, gekromd, zacht, etc.), of als symbool interpreteren (racisme, aap)’. Of contextualiseren (caloriehoudend, exportproduct, camouflage voor coke, etc.). Een feit is een ingewikkeld ding. 

Op zijn allerbest moet een feit m.i.:

1) een betekenis hebben in de zin van wat het betreffende feit precies inhoudt (een definitievorm);

2) verifieerbaar zijn of als zeer aannemelijk worden vastgesteld;

3) voorzien zijn van een betrouwbare bronvermelding;

4) gewogen zijn met de vraag of- en voor wie het feit eigenlijk van belang is om te vermelden;

5) van een ideologische, morele of ethische (nieuws)waarde voorzien worden en

6) in een culturele, historische of wetenschappelijke context begrepen kunnen worden.

Ga er maar aan staan. Voor de dagelijkse nieuwsberichten gaan die hoge kwaliteitseisen nauwelijks op. Voor columns, korte opiniestukken, commentaren en talkshowtafels evenzeer. Voor ongeknipte, wat langere diepte-interviews en essays gaat het al beter. Achtergrondsjournalistiek, langere reportages, documentaires en vooral onderzoeksjournalistiek, waarbij men de tijd en moeite neemt om het onderwerp in de breedte en diepte neer te zetten, die doen het het best. Maar wie leest of bekijkt die nog sinds de Grote Ontlezing en de Netflix Hap?  

De kernvraag die men aan de journalistiek kan stellen is dus: ‘als de journalist claimt ons een objectieve, feitelijke kijk op de wereld te geven, kan hij dan onafhankelijk, onpartijdig en kritisch genoeg zijn?’ Onmogelijk natuurlijk, omdat alleen al een feit weergeven is afhankelijk van de ‘level of analysis’ van de journalist, hoe ver hij wel of niet inzoomt op een kwestie. Kortom hoe diep zijn ‘journalistieke resolutie’ reikt. 

  • De keuze van zijn nieuwsfeit zal ook nog eens samenhangen met de journalistieke rol waarin hij zichzelf ziet. Als waakhond van de democratie? OK, en blaft hij dan alleen naar de elitecultuur van de politici, de CEO’s, de bestuurders en de Big-Techbonzen? Durft hij ook te blaffen naar de massacultuur: de twittermob, de hashtagactivisten, de populistische aanhang, het dorre hout, de comfortabele babyboomers, Henk en Ingrid op de bank (alles lekker, leuk en gemakkulluk)?
  • Of in de rol van doorgeefluik, als mediator tussen de beleidsmakers en de publieke opinie, als onpartijdige aanjager van het publieke debat?
  • Of in de rol van louter observator en informatieverstrekker van wat er omgaat in de wereld van de wetenschap, de kunst, de mode, de sport, de amusementswereld, onafhankelijk van die gecommercialiseerde en gepolitiseerde werelden?

Hoe het ook zij, de journalist heeft, naast zijn formele, professionele gedragscode, altijd te maken met een aantal informele, dwingende regels waarbinnen hij moet functioneren. Dat zijn de ongeschreven, onzichtbare regels waaraan hij niet kan ontsnappen, op straffe van ontslag. Daarover de volgende keer meer.

(1) Volgens het jaarlijks Digital News Report, gebaseerd op onderzoek door het Reuters Institute, Oxford, GB. Zie ook: The World Press Freedom Index staat Nederland op de vijfde plaats van 182 landen.

(2) ‘Mens/onmens’; Bas Heijne, 2020.

Die is gek 4

Een lekker stel bij elkaar: Pols, een ex crimineel, jurist, die zich opstelt als advocaat van viruswaanzin (ik weiger hen anders te noemen) maar het niet is (‘teveel regeltjes in de advocatuur’) en Engel, een narcistische, gepsychopatiseerde complotdenker uit een juridisch smoezelig nest. Ik hou er niet van mensen ad hominem te bejegenen maar als je het te bont maakt door de overheid te beschuldigen van nazipraktijken (wat een belediging is voor oorlogsslachtoffers), door ziekelijk veel te liegen (b.v.‘de IC’s hebben nooit vol gelegen’), door een grenzeloze arrogantie (lees de neerbuigende houding t.o.v. de overheid, RIVM, CIDI, Stg. Skepsis, rechters, media, etc.), ja, dan is een uitzondering op de ad hominem regel wel op zijn plaats. 

De rechter trapt gelukkig niet in hun manipulatie. Ze toets de wet, die te dun blijkt, maar waarvan ze ook wel weet dat die wet niet afgestemd is op een nog nooit eerder in de geschiedenis vertoonde noodsituatie van een pandemie. En ook wel weet dat een razendsnelle wetsaanpassing heel goed mogelijk is. Dus opschorten en dan straks: exit viruswaanzin, voor de zoveelste keer. 

Je kan het niet vaak genoeg zeggen: sommige complotwappies zijn een kwaadaardig, besmettelijk virus waaraan je echt dood kan gaan.

Onze leefomgeving (slot): Stijgende oceanen en extremer weer

In 2018 stierven 8.7 mln. mensen wereldwijd aan de gevolgen van de luchtvervuiling door fossiele brandstoffen. Bijna een vijfde van het aantal mensen die in dat jaar overleden. Maar voor de mensheid als geheel vormt die sterfte niet het grootste probleem.

Het grootste probleem voor de menselijke leefomgeving vormen de opwarming en vervuiling van de zeeën en oceanen. En daar is weinig meer aan te doen, laat staan dat er enige instantie is die daar wat aan zou kunnen doen. Het zijn eenvoudigweg de gevolgen van onze economische activiteiten in het verleden.

De polen smelten, de gletsjers kalven af, het zeewater wordt steeds warmer en het effect daarvan op de luchtcirculatie in de bovenste atmosfeer kunnen we niet beïnvloeden. Het weer op alle plaatsen ter wereld, ook in Europa, verandert daardoor fundamenteel. Het wordt in gebieden droger tot aan woestijnvorming toe, het wordt elders natter met zelfs seizoensgebonden moessonachtige hoosbuien. Sommige gebieden worden (sub) tropisch, maar perioden van intense koude kunnen ook nog altijd optreden. Wat waar op zal treden is op dit moment niet te voorspellen, omdat we de complexiteit van de aardse weersystemen in relatie tot de oceaanstromingen nauwelijks begrijpen.

Dat de zeespiegel stijgt is duidelijk, dat bewoonde gebieden permanent zullen overstromen daar hoeven we niet aan te twijfelen (1). Hoeveel leven in zee zich aan de hogere temperaturen zal kunnen aanpassen is maar de vraag. Massale sterfte en uitsterving van veel organismen en op de zee aangewezen diersoorten lijkt waarschijnlijk. Natuurlijk zal de evolutie van nieuwe soorten in en rond dit warmer water gewoon opnieuw beginnen, vanaf het kleinste organisme. Maar daar hebben we als mens de komende 100 jaar weinig aan, dat duurt eeuwen. Eerst is er alleen maar afbraak.

De economische activiteiten op zee zijn op enige voorzienbare termijn nauwelijks politiek te beïnvloeden. Er wordt al strijd gevoerd over de ijsvrije poolzeeën, waar mineralen en nieuwe scheepvaartroutes te winnen zijn (Rusland) .De vervuilende containerschepen van China en de olietankers van de Arabieren zullen blijven varen. Maar dat geldt ook voor de vissersvloten (Rusland, Japan, China) die de oceanen zullen blijven leegvissen.

Onstuimiger weer en een stijgende zeespiegel. Overal ter wereld, ook in Europa, zullen de lokale samenlevingen zichzelf maar moeten zien te redden. Met droogte,  bosbranden. Met orkanen, tsunami’s, hoosbuien, overstromingen en aardverschuivingen. Met rampen, met lokale  voedseltekorten, gebrek aan drinkwater en lokale traditionele epidemieën als cholera. Mensen zullen qua leefomgeving niet alleen sterven door luchtvervuiling maar in de toekomst ook door de gevolgen van het veranderende klimaat en stijgende zeespiegels.

In Nederland – zo las ik kortgeleden – hebben wetenschappers voor de lange termijn drie combineerbare scenario’s ontwikkeld voor het hogere water: de Dijken fors verhogen, West Nederland inrichten als eilandenrijk en economische activiteiten naar Oost-Nederland verhuizen, Utrecht aan Zee. Maar voordat we weer technisch-politiek bezig gaan met dat soort planmatige benaderingen, lijkt het me beter allereerst veel fundamenteler te overwegen wat voor soort duurzame economie en maatschappij we in dat toekomstige  ‘eilandenrijk’ voor hen die na ons komen zouden willen opbouwen.

(1) Over het wassende water kun je praten, maar je kunt het ook laten zien. Kadir van Lohuizen reisde voor ‘After The Deluge’ over de aarde. ‘Ik begrijp niet dat we ons hier zo weinig zorgen maken’. Link.

Landbouw en Dierteelt verzieken onze leefomgeving grondig

Waar we voorlopig uitermate pessimistisch over kunnen blijven zijn maatregelen om wereldwijd de landbouw en dierteelt fundamenteel aan het behoud van de leefomgeving aan te passen. Arme landen zijn te arm en hebben de inkomsten dringend nodig (en blijven dus bossen platbranden in Zuid Amerika en Zuidoost Azië). In rijke landen hebben bedrijven en boeren teveel geïnvesteerd (zeer afhankelijk van de banken) om maatregelen überhaupt te accepteren. Een handjevol reusachtige mondiale bedrijven die kunstmest, gifstoffen en zaden leveren of grootschalig rauw voedsel verwerken hebben voldoende macht om welke regering dan ook af te stoppen bij het nemen van radicale maatregelen.

Nederland is in dit opzicht een goed voorbeeld. We hebben in een minuscuul landje in grote industrieachtige dierhouderijen de meeste koeien, varkens, geiten, kippen en andere dieren per m2 ter wereld. We hebben ook per m2 de hoogste high-tech produktie van voedselgewassen, planten en bloemen. In 2013 lag er al een lijvig rapport van de commissie Nijpels over de noodzaak tot dringende veranderingen in de landbouw- en dierteeltsector in verband met de stikstofuitstoot. De Rechter dwong vorig jaar de regering uiteindelijk tot actie. De boeren stopten de maatregelen af met hun tonnen kostende trekkers.

De huidige technologische manier van grootschalige bedrijfsvoering heeft de aardse leefomgeving met name in de rijke landen diepgaand aangetast. Monocultuur (1), genetische aanpassingen, kunstmest en gif tegen onkruid hebben de variëteit van de natuurlijke flora grootschalig aangetast en de leefomgeving voor de fauna teruggedrongen naar kleinschalige natuurgebiedjes. De nuttige insectenstand (voedselketen, onderlinge bestrijding, bevruchting van planten) loopt overal ter wereld schrikbarend terug. Alleen de, ook voor de mens, kruipende en vliegende agressieve soorten overleven de oorlog van de boeren tegen het land, zoals sprinkhanen.

De boeren moeten wel, want de wereldwijde oligopolie’s van voedselbedrijven sturen slechts op inkoopprijs bij een bepaalde kwaliteit. ‘Want dat doet de consument ook…’, stellen deze.  Juister gesteld: dat hebben die bedrijven de consumenten geleerd. In werkelijkheid streven de bedrijven door lage prijzen naar marktaandelen met uiterst winstgevende marktmacht. De werkelijke prijs (inclusief de zeer hoge externe kosten) kennen de meeste consumenten niet. Goedkoop voedsel is ook voor politici van levensbelang, zeker omdat de afgelopen generatie de gemiddelde inkomens van de burgers (na inflatiecorrectie) nauwelijks zijn gestegen. Hogere voedselprijzen krijgen politici altijd direct op hun brood.

Nee, het afstoppen van de agrarische sector en de voedselindustrie om onze leefomgeving te beschermen zal niet van regeringen komen. Dat kunnen alleen consumenten door een ander voedselpatroon te kiezen: weinig vlees en veel minder bewerkt voedsel. Maar wereldwijd hebben arme mensen weinig te kiezen.

(1) Een aardig voorbeeld: er is feitelijk op de wereld nog maar sprake van één soort bananen. Een nieuwe bananenziekte zou eenvoudig de hele wereldproductie van bananen weg kunnen vagen.